Verdieping
BTW-verleggingsregeling voor onderaannemers in de bouw
De verleggingsregeling is de belangrijkste fiscale uitzondering in de Nederlandse bouw — verkeerde toepassing leidt tot directe naheffingen.
Volgens artikel 24a van de Wet op de Omzetbelasting wordt de BTW op werkzaamheden van onderaannemers en uitleenders niet door hen, maar door de hoofdaannemer afgedragen. De onderaannemer factureert exclusief BTW met de vermelding "BTW verlegd". De hoofdaannemer geeft de BTW aan in zijn aangifte als verschuldigd én als vooraftrekbaar. Het saldo voor de hoofdaannemer is netto nul, maar het zichtbaar maken van deze constructie is wettelijk verplicht.
De regeling geldt voor onderaannemingsovereenkomsten in de bouw, scheepsbouw, schoonmaak en ICT (specifieke gevallen). Het meest voorkomend in MKB-bouw: het inhuren van een ZZP-elektricien, schilder, dakdekker of stukadoor voor een specifieke klus binnen een groter project. Materiaalleveringen vallen niet onder verlegging, ook niet als ze van dezelfde leverancier komen — daarom is de splitsing tussen materiaal en arbeid op factuurregelniveau cruciaal.
Glimps detecteert verleggingsfacturen aan een combinatie van signalen: leverancierstype (ZZP, eenmanszaak, BV met voornamelijk arbeid), factuurtekst ("BTW verlegd", "verleggingsregeling artikel 24a"), 0% BTW met juiste vermelding, eerdere boekingen voor dezelfde leverancier, en branche-classificatie. Bij twijfel — bijvoorbeeld wanneer een gemengde factuur (materiaal + arbeid) géén splitsing toont — blokkeert Glimps de boeking en routeert naar finance voor controle.
De fiscale impact van een verkeerde toepassing is concreet: bij een naheffing wordt 21% BTW alsnog gevorderd plus boete plus rente. Een gemiddelde bouwer met 100 verleggingsfacturen per maand van €5.000 elk zit op €60.000 verlegde BTW per maand — een fout van enkele procenten leidt al tot duizenden euro's aan correcties per kwartaal. Automatische detectie en blokkering bij twijfel betaalt zichzelf snel terug.